Opdracht 1:
Verkeerslichten &
spoorovergang
Omschrijving
Volgende situatie doet zich voor:
Auto's komende van de expressweg kunnen links of rechts afslaan.
Auto's komende van rijweg 1a kunnen rechtdoor of rechts afslaan.
Auto's komende van rijweg 1b kunnen rechtdoor of links afslaan.
Het spoor heeft voorrang. Zodra de slagbomen neer zijn kunnen de auto's komende van de expressweg enkel links afslaan en de auto's komende van de rijweg 1a rechts afslaan. De slagbomen kunnen soms 10 minuten neer zijn. Bijgevolg moeten nadien de auto's komende van rijweg 1a (rechtdoor rijden) en rijweg 1b (rechtdoor en links afslaan) en expressweg (rechts afslaan) voorrang krijgen op auto's komende van de expressweg (links afslaan).

1) Ontwerp de sturing met behulp van de PLC (Programeerbare logische Eenheid) zodat alles automatisch verloopt. Ga ervan uit dat de auto's niet met elkaar in botsing mogen door het verkeerd instellen van de volgorde.
2) Ieder verkeerslicht bevat 3 lichten (rood, oranje en groen)
3) Het open of gesloten zij van de slagbomen moet ook gedetecteerd worden. Er moeten ook lichten geplaatst worden aan de spoorovergang.
4) Om het niet te moeilijk te maken moeten er geen zebrapaden + lichten voor de voetgangers voorzien worden.
5) Bij stroomuitval moet het systeem automatisch opstarten en het kruispunt moet binnen de 20 seconden op een veilige manier ontruimd worden. Daarna start het systeem opnieuw op. Let op als de slagbomen neer zijn. Dit blijft voorrang hebben.
6) Plaats een schakelaar ( = manuele bediening om het kruidpunt te ontruimen). Indien de schakelaar gesloten is wordt het kruispunt ontruimd. Dit gebeurt op een veilige manier, m.a.w. alle lichten worden gedurende een 10-tal seconden oranje en springen daarna op rood. Bij het openen van de schakelaar wordt de situatie terug normaal.
7) Tip: de leerling bepaalt zelf de tijden maar moet zorgen dat hij niet de volle "werkelijke" tijden gebruikt. De verhoudingen moeten gerespecteerd worden.
Vb een verkeerslicht blijft werkelijk 3 minuten groen. Dit kan je verminderen naar 30 seconden of misschien zelfs 15 seconden.
De Geïntegreerde proef of GIP maakt in het Vlaamse TSO, KSO en BSO deel uit van het examenprogramma van het laatste jaar. De leerlingen moeten dan een werkstuk afleveren waarin de verschillende vakken aan bod komen. De proef wordt in zijn geheel beoordeeld, ook al dragen verschillende vakken bij tot het eindtotaal. Vroeger werd dit kwalificatieproef genoemd. Eigenlijk moet de leerling hiermee bewijzen dat hij zelfstandig een opdracht in zijn vakgebied kan afleveren. De geïntegreerde proef wordt dan ook beoordeeld door een gemengde jury die deels bestaat uit leerkrachten, deels uit mensen uit de praktijk van het vakgebied. Hierbij presenteren wij enkele werken van het laatste jaar elektrotechnieken/elektrische installatietechnieken.
Resultaat:
Opdracht 2:
Opvangen van een
niveauverschil
Omschrijving
Volgende situatie doet zich voor:
Voorwerpen komende van de rechter zijde (bij cilinder A) moet omhoog gebracht worden.
De banen links en rechts worden elektrisch aangedreven en zijn in tegenstelling tot de figuur horizontaal geplaatst. Zodra de operator op de startknop drukt moeten er 6 voorwerpen van positie 1naar positie 2 gebracht worden. Drukt men op de stopknop dan stopt het syteem maar blijft zijn fase onthouden (een cilinder die op dat ogenblik een in- of uitgaande beweging uitvoert, mag die beweging afwerken). Drukt men terug op start, dan vervolgt het systeem de cyclus. Nadat er 6 voorwerpen omhoog gebracht zijn stopt de cyclus, alsook de lopende band, nadat het laatste voorwerp een sensor gepasserd heeft die geplaatst is op 10 cm van het begin van positie 2

Het geheel wordt met een PLC aangestuurd. De nodige veiligheidsvoorschriften moeten worden nageleefd.
Zodra cilinder B beneden staat mag er 1 voorwerp op het laadplatform doorschuiven. Teneinde te verhinderen dat het voorwerp niet afvalt moet men een mechanische constructie maken (zie figuur opgave). Cilinder B en C moeten een snelheidsregeling krijgen.
Resultaat:
Opdracht 3:
Bewaking van
parkeerplaatsen
Omschrijving
Volgende situatie doet zich voor:
op een parkeerplaats zijn er 10 parkeerplaatsen beschikbaar.
Met een schakelaar kan er tussen automatische en manuele mode gekozen worden.

Automatische mode:
De auto's rijden binnen enkel als het licht groen is en dit enkel via poort 1a. Buitenrijdende auto's gaan via poort 1b. Wanneer alle parkeerplaatsen bezet zijn, moet het parkeerlicht aan poort 1a automatisch van groen op rood springen. Zodra er weer parkeerplaatsen vrijkomen, moet het parkeerlicht weer op groen springen. Op de Logo display moet de meldtekst "volzet" komen. Deze verdwijnt zodra er terug een parkeerplaats vrijkomt. Wanneer de netspanning uitvalt moet zodra deze terug opkomt, gedurende 5 seconden het licht op rood springen voordat er eventueel een auto kan binnenrijden.Vanzelfsprekend moet het aantal aanwezige auto's onthouden worden tijdens de stroomonderbreking.
Manuele mode:
Via de drukknop omhoog kan de teller met 1 geheel omhoog gaan.
Via de drukknop omlaag kan de teller met 1 geheel omlaag gaan.
Via de drukknop reset wordt de teller gereset.
Enkel auto's mogen gedetecteerd worden, geen voetgangers
De sturing moet ontworpen worden met behulp van LOGO. Het displayen gebeurt op het Logo-scherm.
Resultaat:
Opdracht 4:
Pompbesturing
Omschrijving
Volgende situatie doet zich voor:
Met een LOGO moeten twee pompen worden aangestuurd die de vulstand in een tank of put moeten regelen. Al naargelang de vulstand moeten één of twee pompen draaien. De vulstand wordt bepaald met behulp van drie vulstandmeters (maakcontacten). Om een gelijkmatige belasting van de pompen te bewerkstelligen wordt na een vooringestelde draaitijd overgeschakeld van de ene pomp naar de andere.
Wanneer de eerste twee vulstandsmeters op I1en I2 worden geactiveerd, moet de eerste pomp op Q1 na een korte vertragingstijd van twee seconden gaan lopen. Wordt ook de vulstandmeter geactiveerd, dan moet de tweede pomp ook gaan draaien (na een vertragingstijd van twee seconden). Via merktekens M1 en M2 wordt bepaald of één of beide pompen moeten draaien. Zodra het vloeistofniveau beneden vulstand 2 komt stoppen de pompen.
Elk uur moet automatisch worden overgeschakeld van de ene pomp naar de andere. De looptijd wordt bepaald via de bedrijfsteller (waarvan ook het totale aantal bedrijfsuren is af te lezen). De omschakeling vindt plaats via een RS-flipflop. In LOGO kan de leerling de bedrijfsteller slechts parametreren met als minimumwaarde 1 uur. Voor de GIP is dit veel te lang. Dus moet de leerling zelf een bedrijfsteller ontwerpen waarbij de tijd instelbaar is van 1 tot 60 seconden. Wanner het vloeistofniveau beneden vulstand 2 komt en bijvoorbeeld daarvoor pomp 1 wekte, zal zodra het vloeistofniveau boven vulstand 2 komt nu pomp 2 moeten werken. Dus beide pompen werken om beurten enkel indien het uur nog niet voorbij was van de bedrijfsteller.

Voordat er een pomp wordt gestart, wordt de systeemdruk gemeten (I4 maakcontact). Dit gesimuleerd worden door middel van een schakelaar. Wordt deze niet binnen vijf seconden bereikt, dan draaien beide pompen totdat de laagste vulstand (stand 1) is bereikt. Tergelijkertijd wordt er een storingsmelding verzonden naar Q3 (knipperlicht) en Q4 (continu brandende lamp). De pompen en de storingmelding kunnen via I5 ook handmatig worden gereset (maakcontact).
De sturing moet ontworpen worden met behulp van LOGO. Het displayen gebeurt op het Logo-scherm.
Resultaat:
Opdracht 5:
Synoptisch bord
voor EIB-bus
Omschrijving
Met een Hoger Tebis moet de verlichting en de rolluiken van een woning aangestuurd worden. Dit doe je via het maken van een synoptisch bord. Voor deze GIP wordt het materiaal door de school geleverd.
De leerling beschikt over de volgende modules:
- TX 100
- TR 130 B
- TX 304 (4 inputs) x 1
- TX 302 (2 inputs) x 1
- TXA 204 C (4 outputs) x 1
- TXA 223 (4 rolluiken) x 1
- TX 210 A (dimmer) x 1
- TX 111 (voeding) x 1

Teken het situatieschema van een bestaande woning op schaal en op formaat A3. Voorzie voor elke schakelaar een drukknop. Voor ieder lichtpunt voorzie je een lamp. Voor de rolluiken per rolluik 2 lampen.
Teken X-klemmen (WDU-klemmen weidmüller). Dit zijn de bovenste in de rij. Teken ook de te boren gaten voor de draden.. Dit enkel aan de bovenzijde van de klemmen.
Teken een houten bakje (met afmetingen voor alle wanden). Vergeet niet dat de zijwanden ook geboord moeten worden. Voorzie in het bakje alle modules van Hager
(ook de ingangen TX 304 en TX 302). Voorzie ook een differentieel van 300 mA en één van 30 mA (badkamer) alsook een automaat (2 polig). Voorzie plaats voor uitbreidingsmogelijkheden (extra ingangsmodules TX 304 en uitgangsmodules TXA 240C)
Teken een aansluiting van de draden naar WDU-klemmen (weidmüller) welke vooraan op een DIN-rail gemonteerd zijn. Plaats in de voorwand van het bakje een eurostekker aansluiting (toevoer 240 Vac). Laat het situatieschema plastificeren.Plak het geplastificeerde grondplan op de plaat. Maak gaten in het situatieschema waar de drukknoppen en lampen moeten komen. Bevestig de onderdelen: schakelaars (kleine drukknoppen), verlichting (gebruik E14 voeten) en de rolluiken (vb frigolampen). Breng via de onderzijde van de plaat de bekabeling aan en breng de draden naar WDU-klemmen (weidmüller) welke vooraan op een DIN-rail gemonteerd zijn. Maak de elektrische verbindingen in de kast. Vergeet de 240 Vac aansluiting niet (met beveiliging, diffirentieel 300 mA en 30 mA) alsook de EIB-bus (dit voor de mediakoppelaar TR 130). Verbind de X-klemmen met de X-klemmen van het synopisch bord. Bestudeer de handleidingen van Hager. Programmeer het geheel.
Resultaat: